Wat berekent deze tool?
De tool rekent de maximale SDE++-beschikking en jaarlijkse indicatieve subsidie uit voor restwarmte naar warmtenet of proces, grootschalige e-boilers en industriële warmtepompen. De standaardformule is (basisbedrag − basisenergieprijs) × vollasturen × vermogen × looptijd.
Die drie parameters verschillen sterk per subcategorie, en de tool haalt ze rechtstreeks uit de RVO-tarieven voor 2026. De elf restwarmtecategorieën rekenen met 5.500 vollasturen en een looptijd van 15 jaar, bij basisbedragen van € 0,0136 tot € 0,1037/kWh. De tien industriële warmtepompen kennen 3.000, 5.000 of 8.000 vollasturen en een looptijd van 12 jaar. Bij de e-boilers loopt het uiteen van 2.900 tot 4.800 vollasturen, en de categorie voor operationele kosten kent een looptijd van slechts 5 jaar. Onder de uitkomst ziet u steeds welke looptijd voor uw keuze is gebruikt.
Welke parameters heb je nodig?
Kies de subcategorie op basis van uw techniek en, bij restwarmte, de lengtevermogensverhouding van de transportleiding. Welk hekje van € 750 mln daarbij hoort, volgt uit de categorie en niet uit de temperatuur van uw project: restwarmtebenutting en de industriële warmtepomp met gesloten systeem vallen onder het LT-warmte-hekje, ook wanneer zij warmte van 100 °C of hoger leveren. De grootschalige e-boiler en de procesgeïntegreerde warmtepompen vallen onder het HT-warmte-hekje. Vul daarna het thermisch of elektrisch vermogen in plus uw aanvraagbedrag. Het systeem stuurt automatisch de juiste correctiefactoren aan.
Additionaliteit en MSK-toets
Een additionaliteitseis voorkomt subsidiëring van warmte die zonder SDE++ ook al rendabel zou zijn benut. Sinds 2025 is een schriftelijke intentieverklaring van de warmteafnemer verplicht. Ongeveer een jaar na ingebruikname voert RVO de overstimuleringstoets (MSK) uit; eventuele oversubsidiëring wordt verrekend. Let op de cumulatiegrenzen: een EIA-verklaring voor de investering in dezelfde productie-installatie is een afwijzingsgrond, geen stapelmogelijkheid. Hetzelfde geldt voor de SCE en de OWE-regelingen. Cumulatie is wel mogelijk op aanvullende investeringen die niet tot de productie-installatie behoren.
Indicatie versus werkelijke subsidie
De tool toont de maximale beschikking; het werkelijke jaarbedrag hangt af van uw productie en het door PBL bijgestelde correctiebedrag. Onze adviseurs helpen u met de fasekeuze, de cumulatie-strategie en de afnemersverklaring.
